Onderhoud en beheer wilde bloemenmengsels

Het onderhouden en beheren van wilde bloemenmengsels

Algemene opmerkingen:

  • Bij zaaien in het voorjaar zullen er bij meerjarige mengsels in het eerste jaar maar beperkt bloemen zijn. Pas in het tweede jaar zal er volop bloei zijn en sommige planten bloeien pas vanaf het 3e jaar.
  • Ratelaarsoorten onderdrukken de groei van gras doordat ze daarop parasiteren.
  • Op kleigrond (rijkere grond) is er gemiddeld veel meer gewasontwikkeling, daarom wordt op kleigrond meestal 2x per jaar gemaaid en op armere zandgrond 1x per jaar.

Onderhoud van mengsels bestaande uit of met 1 en 2-jarige soorten.

1e jaar na inzaai:

Mengsels: A1, A2, Vb1, Vb2, Bij1, Bij2, E1, E2, S1,Vog1, Bg1 en Bg2:

Het onderhouden en beheren van 1 en 2-jarige soorten

Selectief uitwieden, schoffelen of afknippen van ongewenste soorten, als dit voor het gewenste beeld nodig is, afhankelijk van de grootte van het ingezaaide oppervlakte.

Aan het einde van het jaar eventueel maaien en afvoeren, tenzij u ten behoeve van vogels en insecten dit na de winter wilt doen.

Vanaf het 2e jaar na inzaai:

1-jarige mengsels: A1, Bg1, Bij1 en E1

  • Grond opnieuw bewerken en opnieuw inzaaien in het voorjaar.

Mengsels met 1 én 2 jarige soorten: A2, Vb1, Vb2, Bg2, Bij2 en E2.

  • Na de winter (maart-april) worden de resten van de 1-jarige soorten verwijderd.
  • U kunt nu lichte, oppervlakkige grondbewerking toepassen met een schraper of schoffel om plekken open te maken en ongewenst soorten te verwijderen.
  • 1-Jarige soorten kunnen zich opnieuw op deze plekken vestigen voor zover ze nog niet hier opnieuw gekiemd zijn.
  • Eventueel kunnen 1-jarigen worden bij gezaaid.

2-jarige mengsels: A2, Bij2 en E2

  • In de herfst maaien en afvoeren tenzij u ten behoeve van vogels en insecten dit na de winter wilt doen, hierna opnieuw grond bewerken voor nieuwe inzaai bij.

Mengsels met 1, 2 en meerjarige soorten: Bg2

  • Na de winter maaien en het maaisel afvoeren.

Voor onderhoud van de mengsels Vb1, Vb2 en S1 (bevatten 1, 2 en meerjarige soorten) zie onderhoud meerjarige mengsels vanaf het 2e jaar.

Onderhoud van meerjarige (vaste) mengsels:

1e jaar na inzaai:

Het onderhouden en beheren van meerjarige (vaste) mengsels

Mengsels: Gr1, Gr2, Gr3, Gr4, Gr5, Bo1, Bo2, Ro1, Dt1, Dt2, Dt3, L1, Bwz, Bwk, Bwv, Bij3, E3

  • De meerjarige (vaste) mengsels hebben een ontwikkelingsperiode van ongeveer 1 jaar.
  • In dit 1e jaar ontwikkelen de kiemplanten zich tot planten, het volgende groeiseizoen gaan deze planten bloeien.
  • Na de inzaai zullen ook de hier de in de bodem aanwezige ongewenste ruderale (1jarige) soorten gaan kiemen en sneller dan de vaste soorten die gezaaid zijn, uitgroeien en de gewenste soorten onderdrukken door concurrentie van licht, voedsel en water.
  • Het meest eenvoudige onderhoud bestaat uit het wegmaaien van de ongewenste soorten op 5-10cm hoogte met een grasmaaier op hoge maaistand of een maaibalk.
  • Dit maaibeheer wordt herhaald totdat de groei van de ongewenste soorten stopt.
  • Na de winter komen deze niet meer, of veel minder terug en is de bodem grotendeels bedekt met de vaste soorten.
  • Bij het mengen van vaste mengsels met eenjarige mengsels is dit maaibeheer niet mogelijk.

Als bloei in het eerste jaar gewenst is, is het beter om een mengsel met 1-jarigen op een aparte strook in te zaaien met hierbij wat vast mengsel. Deze strook zorgt dan meteen voor bloei, maar kan niet op de hiervoor aangegeven manier beheerd worden.

Het uitwieden van ongewenste soorten in vaste mengsels is minder gewenst omdat hierbij de bodem verstoort raakt en er kiemplanten verloren gaan.

Als een minder net beeld geen probleem is of als er weinig of geen onkruidzaad in de bodem aanwezig is, kan dit maaibeheer (grotendeels) achterwege blijven. Een vast mengsel kan dan eventueel worden gemengd met een 1-jarig mengsel in de verhouding: 1deel 1-jarig : 3-delen vast mengsel.

Vanaf het 2e jaar:

Op schrale zandgronden volstaat in het algemeen 1x per jaar maaien, op rijkere / veen en kleigronden adviseren wij 2x per jaar maaien.

Mengsels: Gr1, Gr2, Gr3, Gr4, Gr5, Dt1, Dt2, Dt3, Vb1, Vb2, S1, L1, Bg2, Bwz, Bwk, Bwv, Bij3, Fab-meerjarig, E3, Dk1.

1e maaibeurt:

  • Vanaf eind juni (vroeg) tot medio juli (laat) of september(schrale zandgronden). Kijk altijd naar de vegetatie en de bloei hiervan, dit kan van jaar tot jaar enigszins verschillen, ook onder invloed van het weer.
  • Maaisel ongeveer 1 week laten drogen zodat zaden kunnen uitrijpen en vallen, hierna afvoeren. (niet opzuigen, beestjes en zaden worden dan meegezogen)
  • Maai looppaden door de bloemenweides vanaf maart-april wat vaker, deze geven structuur aan de bloemenweide.

2e maaibeurt:

  • September, oktober voor weides op kleigrond of rijkere (bemeste) zandgrond voor de eerste jaren.

Faseren maaibeheer

  • Spreiden in tijd van het maaibeheer.
  • U kunt ten behoeve van bijen, vlinders en andere insecten en beestjes, de bloemweides in delen opsplitsen en deze na elkaar (bv. 3weken) maaien. Zo spreidt u de werkzaamheden en de bloei van de weide.

Differentiëren maaibeheer:

Verschillend beheren van verschillende terreindelen, bijvoorbeeld bosranden, paden, lage/hoge weiden. Vooral bij grotere terreinen interessant om meer variatie en diversiteit te bevorderen.

Uitzonderingen op deze vormen van maaibeheer

Mengsels: Ro1 en Bo1, Bo2 en Bg2.

Deze worden na de winter gemaaid en het maaisel afgevoerd.
Voor een beheerplan op maat afgestemd op de situatie ter plaatse zijn wij u graag van dienst met advisering.